Tentoonstelling: A piece of Syria

De burgeroorlog in Syrië lijkt in zijn laatste fase beland. Hoewel niet veel meer in het nieuws, zijn er nog steeds zo'n 5 miljoen Syriërs die niet meer in hun land wonen. Terwijl ze vluchtten uit Syrië, moesten deze vluchtelingen beslissingen maken over wat ze wel en niet mee konden nemen.

Wij fotografeerden Syrische vluchtelingen in het Za’atari vluchtelingenkamp in Jordanië en interviewden ze over de voorwerpen die ze meenamen en de omstandigheden van hun vlucht. De tentoonstelling 'A piece of Syria' vertelt een tiental korte verhalen van gevluchte Syriërs aan de hand van bijzondere voorwerpen die ze om diverse redenen hebben meegenomen op hun vlucht.

De foto's en interviews zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met
Save the Children Jordanië.

De tentoonstelling is vanwege het coronavirus helaas niet meer toegankelijk.
Om die reden zijn de werken t/m 1 juni hieronder op deze pagina te zien.

View the exhibition in English here.

Tentoonstelling - A piece of Syria
Tentoonstelling - A piece of Syria

De sleutels van Ranim

Ranim vluchtte uit Syrië met haar gezin, het gezin van haar zus en een neefje. Zij en haar twee dochters wonen sinds 2014 in het Za’atari vluchtelingenkamp. Haar man overleed aan het begin van de oorlog. De man van haar dochter zit nog steeds in de gevangenis in Syrië en zijn lot is onduidelijk.

“We werden al tien dagen belegerd en waren afgesneden van eten, drinken en medicijnen. In onze straat werd zwaar gevochten door het regeringsleger en de rebellen. Plotseling vloog er een kogel door ons raam, vlak langs het hoofd van één van mijn kinderen. Net na Asr (het middaggebed), toen er een korte pauze was in de gevechten, zijn we gevlucht. We liepen van dorp naar dorp, richting Jordanië. Ik had nog nooit van Za’atari gehoord totdat mijn zoon erover begon.

Mijn man had altijd een medaille aan zijn sleutelring. De medaille zijn we kwijt, maar de sleutelring hebben we nog. De gevechten kwamen steeds dichterbij, maar we hadden onze vlucht voorbereid en onze koffers al klaarstaan. Ik deed de deur van ons huis op slot en we vertrokken. Nu hebben we aan onze muur twee setjes sleutels: één van onze caravan hier en één van ons huis in Syrië.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De olielamp van Osama

Osama komt oorspronkelijk uit Aleppo, maar vluchtte in 2013 vanuit Dara’a naar het Za’atari vluchtelingenkamp. Hij arriveerde met zijn beide vrouwen, zijn zes kinderen en zijn moeder. Hij maakt bakstenen, een beroep dat hij ook in Syrië uitoefende.

“Ik was bijna klaar met mijn militaire dienst, maar vanwege de oorlog moest ik langer in het leger blijven. Ik woonde in Dara’a met mijn vrouwen, mijn moeder en mijn kinderen. We woonden daar zeven maanden toen het Syrische leger en de rebellen elkaar begonnen te vermoorden met geweren en messen. Ik moest me verstoppen, omdat ik met verlof was. Onze stad was omsingeld. Vlak voordat ik vluchtte werden er raketten op onze stad afgevuurd en mijn kinderen en ik waren erg bang.

Toen we moesten vluchten nam ik maar een paar dingen mee: een waterkan, een theepot, pen en papier en mijn paspoort. Maar ook deze olielamp. Ik heb hem al sinds ik zelf kind was, hij was ooit van mijn vader. Hij brandt op paraffine en werkt nog steeds. Ik had gehoord dat er in het vluchtelingenkamp geen electriciteit was. Mijn kinderen zijn bang in het donker, dus ik nam deze lamp mee om hen gerust te stellen.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

Layan’s koranvers “De 7 Mnajiat”

Layan vluchtte samen met haar dochter en schoondochter. Ze wonen sinds 2013 in het Za’atari vluchtelingenkamp. Haar man zit nog in de gevangenis in Syrië. Haar zoon woont in Libanon. Layan werkt als sociaal werker in Za’atari.

“We hadden net de lunch klaargemaakt en wilden gaan eten. Toen braken er zware gevechten uit tussen het regeringsleger en de rebellen. De straten waren gevuld met chaos en we besloten te vluchten. We reisden van dorp naar dorp en kwamen af en toe terug naar ons dorp als het veilig was. De laatste keer mochten we niet terug naar ons dorp, omdat het leger het had afgesloten. Ik ben hier met mijn dochter en schoondochter. Mijn zoon woont in Libanon, maar hij mag hier niet meer op bezoek komen. Ik heb hem al een jaar niet gezien.

Ik had geen tijd iets in te pakken voor de vlucht, behalve de kleren die ik aan had en dit boekje met koranverzen. Het gaat over bescherming tegen gevaar. Ik was het thuis aan het lezen toen het bombarderen begon. Ik las het vaak tijdens de vlucht vanuit Syrië. Hier in Za’atari doe ik veel vrijwilligerswerk. Ik probeer mensen gelukkig te maken.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De dekens van Hoesam

Hoesam vluchtte met zijn vrouw, hun drie dochters en twee zoons. Twee van zijn dochters zijn teruggegaan naar Syrië en wonen daar met hun echtgenoten.

“We hoorden dat het leger onze stad wilde aanvallen, dus we begonnen onze dierbare spullen te verzamelen. Toen we hoorden dat het leger onze zoons wilde oproepen, besloten we te vluchten naar Jordanië. We reisden van dorp naar dorp en trokken steeds verder als het weer onveilig werd. Soms moesten we overhaast verder, soms hadden we meer voorbereidingstijd.

Ik heb deze dekens ooit zelf aan mijn ouders gegeven, en ze teruggekregen toen ik trouwde. Mijn vader gebruikte ze altijd als bescherming, ze ruiken zelfs nog naar hem. Wij hebben allemaal onder deze dekens gelegen. Nadat mijn vader overleed beschermden ze mijn moeder en nu beschermen ze mij en mijn kinderen. Natuurlijk neem ik ze weer mee naar Syrië als we terug gaan, tenzij God mij tot zich neemt voordat ik terug kán.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De thawb van Mohammed

Mohammed kwam naar het Za’atari vluchtelingenkamp met zijn twee zoons en een dochter. Hij heeft 14 kleinkinderen en twee ervan wonen samen met hem in het kamp. De anderen wonen in verschillende landen in Europa en het Midden-Oosten.

“Ik was vroeger boer en had een boerderij met 1000 hectare land en een waterbron. Ik vertrouwde noch het regeringsleger, noch de rebellen. We moesten plotseling vertrekken: iemand zette een Kalishnikov tegen mijn hoofd en vertelde me dat ik weg moest.

Ik ben één van negen broers. Normaliter gaat deze thawb (kledingstuk voor speciale geledenheden) naar de oudste broer. Mijn oudste broer is rechter. Ik ben maar een boer, maar toch gaf mijn vader hem aan mij. In deze tijden, hier in Za’atari, heb ik geen reden om hem te dragen. Ik zal hem pas weer dragen als ik in Syrië terug ben.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

Het schetsboek van Nada

Nada komt uit een grote familie (12 zussen en 2 broers) en woont sinds 2013 in het Za’atari vluchtelingenkamp. Acht van haar broers en zussen wonen ook in Za’atari. Zij en vijf van haar zussen zijn in Za’atari getrouwd.

“We verlieten ons huis in Syrië in 2011 en ongeveer twee jaar lang reisden we van dorp naar dorp. We zijn gevlucht voordat het vechten volledig losbarstte en daarom hadden het iets beter dan sommige andere families tijdens de vlucht. Soms verbleven we in tenten, soms in huizen waarvan de eigenaren ook gevlucht waren.

Dit boek was eerst van mijn zus, zij gebruikte het om haar wiskunde in te oefenen. De pagina’s met wiskunde heb ik eruit gescheurd. Aan het begin van de oorlog, toen ik 16 was, ben ik erin gaan tekenen. Nu ben ik 23 en het is bijna vol met tekeningen en gedichten. In Syrië studeerde ik, maar ik moest van school af. Hier in het kamp zag iemand mijn tekeningen en dankzij dit schetsboek heb ik nu een baan als tekenlerares in een van de kinderdagverblijven hier.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De Koran van Ahmad

Ahmad vluchtte met zijn vrouw en hun tien maanden oude baby. Na een paar maanden volgde zijn moeder. Hij heeft nu twee kinderen en een derde komt eraan. Sinds 2012 wonen ze in het Za’atari vluchtelingenkamp. In Syrië werkte hij in de duty-freezone. Hij heeft in Za’atari nog geen werk kunnen vinden.

“Wij komen allemaal uit Dara’a. Vlak voordat we uit Syrië vertrokken, werd er bijna iedere dag geschoten. Het was moeilijk om naar mijn werk in Damascus te reizen, vanwege alle wegversperringen en controleposten. Uiteindelijk verloor ik mijn baan en zijn we met een auto en lopend naar Za’atari gevlucht.

Deze Koran helpt me te ontspannen en de slechte dingen in mijn leven te vergeten. Het lezen van de Koran beschermt me en versterkt mijn geloof. Ik heb hem meegenomen uit Syrië en neem hem overal mee naar toe, waar ik ook ga.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De astma-inhalator van Mays

Mays vluchtte uit Syrië met haar twee zoons. Haar man is vóór de oorlog overleden. Ze wonen sinds 2012 in het Za’atari vluchtelingenkamp.

“De nacht voordat we vluchtten werd er onophoudelijk gebombardeerd. Mijn kinderen waren zó bang dat ze onder de tafel kropen. Na Fajr, het ochtendgebed, besloten we te vluchten. We reisden van dorp naar dorp in Syrië. Uiteindelijk kwamen we op een avond met een auto aan in Za’atari.

Mijn zoon Ahmad heeft astma. Deze inhalator was het eerste ding dat ik in de koffer stopte die al klaarstond. Ahmad was 10 toen we hier kwamen, nu is hij bijna 17. Soms gebruikt hij hem nog, maar hier in Za’atari heeft hij nu een apparaat dat op electriciteit werkt.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De knuffelbeer van Ghadir

Ghadir vluchtte samen met haar man en haar tien maanden oude dochter. Na een paar maanden volgde ook haar schoonmoeder. Ze heeft nu twee kinderen en is zwanger van de derde. Haar gezin woont sinds 2012 in het Za’atari vluchtelingenkamp. Ze werkt als kleuterleidster.

“We vluchtten ‘s nachts uit Syrië, overdag was het te gevaarlijk omdat er veel geschoten werd. We reisden te voet of per auto van dorp naar dorp. Soms werd er onderweg op ons geschoten. Ik kan me nog wel wat dingen herinneren van Syrië, maar mijn dochter, die nu 7 is, herinnert zich helemaal niets.

We moesten overhaast vertrekken en deze beer lag naast mij. Ik heb hem al sinds ik klein was. Ik gaf hem aan mijn dochter en ze greep hem onmiddelijk vast. Sommige mensen gaven hun kinderen slaapmiddelen om te zorgen dat ze niet gingen huilen terwijl we vluchtten. Ik wilde dat niet en gaf mijn dochter daarom mijn beer.”

Tentoonstelling - A piece of Syria

De foto’s van Rana

Rana komt uit een klein dorp in Zuid-Syrië. Ze vluchtte vanuit de stad Dara’a, waar haar man een telefoonreparatiewinkel had. Ze arriveerde in het Za’atari vluchtelingenkamp met haar man, zoon en dochter. In Za’atari heeft ze nog twee dochters gekregen.

“Mijn man staat op een van de lijsten van personen die door de regering gezocht worden. Daardoor werd ons leven in Syrië erg moeilijk. ‘s Nachts werd er heel dicht bij ons huis gebombardeerd en vluchtte ik met mijn man, mijn twee kinderen en mijn schoonfamilie.

Ik heb deze foto’s meegenomen omdat ze een heel speciale plek in mijn hart hebben. Het zijn herinneringen aan de goede tijden, samen met mijn schoolvriendinnen. Sinds wij vertrokken zijn uit Syrië heb ik ze niet meer gezien. Eén ervan is in Dubai, de rest is nog in Syrië.”